Maar wat is het nut er van?

Blog, Buurtbanden Off 160

Marcel stelde mij deze vraag. Marcel was de eerste persoon in Bos en Lommer die ik benaderde om mee te werken aan een nieuwe serie Buurtbanden begin 2020.  ‘Marcel loopt hier meerdere keren per dag langs met twee Duitse herders. Hem moet je eens benaderen’, vertelde de eigenaar van de wasserette in Bos & Lommer.

Uit de serie Buurtbanden Bos & Lommer nr. 23

Hoe het begon
In 2011 viel het kwartje. Ik woonde destijds in Amsterdam Nieuw-West en fotografeerde daar de stedelijke vernieuwing, onder andere in opdracht van organisatie FarWest die hier verantwoordelijk voor  was. Ik bleef echter vaak (letterlijk) op afstand. Ik probeerde wel mensen te fotograferen, maar ik bleef aan de oppervlakte.

Slotervaart
Ik woonde toen in Slotervaart, een gedeelte in Amsterdam Nieuw-West dat slecht bekend stond. Slotervaart, dat was gedoe, althans wanneer ik de kranten las en wanneer ik de schotelantennes voor de zoveelste keer in een tv-rubriek voorbij zag komen. Maar ik woonde er prima met mijn gezin. Hoe kwam het dat ik mijn omgeving zo anders ervoer?

Patatzaak Abi
Toen ik bij een student (Rein) op zijn balkon moest zijn om de stedelijke vernieuwing van een hoger standpunt te fotograferen, was hij geïnteresseerd in wat ik deed. We zaten aan de keukentafel van een zeer chaotisch studentenhuis dat uitkeek op het Allebéplein. Ik vertelde over de buurt, totdat hij opeens vroeg; ‘kom jij wel eens bij Abi?’ Ik had geen idee waar hij het over had. Hij vertelde over de patatzaak van Abi tegenover zijn flat. Iedere donderdagavond kwam hij daar. Abi, de Turkse eigenaar van deze voormalig bakkerswinkel, had hem bijdehand gevraagd of hij zijn dochter bijles wiskunde wilde geven? Abi had door de ziekenhuiskleding, die hij na zijn avonddienst nog droeg, door gehad dat hij geneeskunde studeerde en schatte hem slim genoeg  in om dochter Burcu te helpen. Sindsdien hielp Rein iedere donderdagavond, boven de patatzaak, Burcu met wiskunde.

Uit de serie Buurtbanden A'dam Slotervaart nr. 02

Dit mini-verhaal was destijds aanleiding om te starten met ‘Buurtbanden Slotervaart’. Waarbij ik via Burcu en Rein, schakelde naar een scene met haar vriendin Sanne bij de 7e Montessorischool, waar ze het zusje van Sanne ophaalden, op de plek waar ze zelf ook jarenlang les hadden gehad.

Kwartje I; de waarde van relaties
Dit was de reden waarom ik mijn omgeving zo anders ervoer. Ik had relaties en wist van andere onderlinge relaties in mijn buurt, waardoor deze buurt voor mij veel meer was dan het imago waar het om bekend stond. Ik zag dingen, die je niet kon zien.

Schoenmakerette in Amsterdam Noord
Dat is ook wat schoenmaakster Marleen zo aantrekkelijk vindt aan haar beroep in Amsterdam Noord, naast haar vak als maker. Ik ontmoette haar voor de serie Buurtbanden A’dam Noord. Ze heeft vijf jaar geleden haar Schoenmakerette kunnen openen aan dé hoofdstraat van Amsterdam Noord: de van der Pekstraat. ‘Het is gewoon tof om onderdeel uit te maken van de buurt, zeker in een stad als Amsterdam. Naast dat ik er ook woon, heb ik door mijn klanten allerlei verbindingen met de buurt, met de daarbij horende verhalen. Marleen was degene die mij attendeerde op Frenky, een lange Surinaamse man in een zwart gewaad, die haar iedere ochtend om 9:00uur het gratis krantje bracht, wanneer hij vanuit zijn nachtdienst als portier, naar huis liep over de van der Pekstraat.

Uit de serie Buurtbanden A'dam Noord nr.01

Deze routines maken een stad, die de eigenschap heeft dynamisch te zijn, vertrouwd. En heel veel van dit soort kleine routines, momenten en contacten, dragen bij aan het thuisgevoel in de stad. Dat is ook het idee van het Thuismakerscollectief, dat mij benaderde voor het maken van een serie in Bos & Lommer. Zij doen het beheer over Wachterliedpaviljoen, een buurthuis in Bos & Lommer. Door het maken van de serie Buurtbanden, leert het buurthuis de wijk beter kennen en de wijk hen en wellicht ook buren onderling.

Thuis te sentimenteel?
Er zijn ook mensen die kritisch staan tegenover het ‘thuisgevoel’, zeker wanneer dit vanuit de overheid wordt gestimuleerd. Aan de basis van hun vragen ligt de vraag of het ideaal van een streven om iedereen zich in de publieke ruimte thuis én met anderen verbonden te laten voelen, niet te hoog is gegrepen? Of het inspelen op het thuisgevoel niet juist mensen uitsluit en hen laat terug trekken?

Is het wellicht niet wenselijker dat mensen een bepaalde sociale afstand tot elkaar bewaren en zich niet al te sterk binden aan hun sociale en fysieke omgeving buitenshuis? Creëert de poging om de stad of stadswijk als ‘thuis’ te definiëren, in een zo diverse samenleving als de Nederlandse, niet precies de voedingsbodem voor sociale conflicten? Het streven om elkaar écht te leren kennen, louter op basis van de overeenkomst dat je in een en dezelfde buurt woont, is volgens hen te hoog gespannen. Mensen breiden over het algemeen hun netwerken niet uit met vrienden uit de buurt. Die heeft men meestal elders. Echte vriendschap vraagt immers gelijkgezindheid, een zekere mate van homogeniteit – en die is per definitie zeldzaam in een stedelijke setting.

Nuance
Bovenstaande alinea komt uit het boek Thuis, het drama van de sentimentele samenleving, onder redactie van Jan Willem Duyvendak. Het boek is kritisch over een overheid die het thuisgevoel wil beïnvloeden. Fenneke Wekker, mede auteur legt in hoofdstuk 9 het verschil uit tussen vriendschap en amicaliteit. Deze deel ik graag omdat ik mij heel erg herken in haar observatie.

Tussen vriendschap en amicaliteit
Amicaal met iemand omgaan zit tussen ‘vriendelijk zijn’ en ‘vriendschappelijk’ in: het is meer dan zomaar vriendelijke zijn, maar het is niet gebaseerd op, noch richt het zich op echte vriendschap. Het is deze ‘lichte’ vorm van vriendschap, deze amicaliteit, die tegemoet kan komen aan de verschillende behoeften van mensen om zich in de publieke ruimte thuis te voelen.

Wekker vervolgt:
Deze opvatting gaat dus verder dan de smalle opvatting waarin alles lijkt te draaien om vertrouwdheid en veiligheid om te overleven in de ‘stadsjungle’. Amicaliteit voegt namelijk iets toe waardoor mensen zich minimaal thuis kunnen voelen, terwijl ze tegelijkertijd anderen de ruimte geven om zich daarom óók enigszins thuis te voelen. Iemand die amicaal met je omgaat, geeft jou de ruimte en de erkenning dat je ‘er mag zijn’. Mensen horen er dan bij, niet omdat je sentimenteel nu zo aan elkaar verbonden bent, niet omdat je ze per se herkent als iemand die ‘net zo is als jij’, maar omdat ze de buurt actief maken tot wat die is een buurt die iedereen zich lichtelijk toe kan eigenen.

Uit de serie Buurtbanden A'dam Noord nr. 07

Aanbeveling:
‘Door vriendelijk ‘te doen’ met vreemden in onze straat of buurt creëren we een plek waar we ons ‘relatief’ thuis kunnen voelen. Ons inziens is dat het maximale dat de politiek en het sociaal beleid kunnen en mogen stimuleren. Méér van het openbare (t)huis verlangen en grotere verwachtingen scheppen daaromtrent kan leiden tot onhanteerbare conflicten tussen bewoners en uitsluiting van bepaalde bewonersgroepen. Een openbaar (t)huis is een plek waar men zich nooit diepgaand emotioneel aan kan verslingeren – die plek is ook per definitie van ‘de anderen’. Aldus Fenneke Wekker.

De herders van Marcel
Tot slot, Marcel, de man met de twee herders uit het begin van dit artikel, nodigde me bij hem thuis uit, om uit te leggen wat ik aan het doen was. Ik hield mijn intro, aan de hand van voorbeelden uit eerdere series en vertelde over het ‘schakelen via personen’. Terwijl hij een glas water voor me op tafel zette vroeg hij me wat murmelend: ‘maar wat is hier nu het nut van?’ Goede vraag, dacht ik en probeerde hem het uit te leggen, maar op een of andere manier kwamen we, zonder een afgerond antwoord weer over zijn honden te spreken. Hij vertelde enthousiast dat honden onderling een soort taal hebben en dat het fascinerend is om te ontdekken hoe dat werkt. ‘Zo zullen mijn herdershonden nooit recht op een andere hond aflopen. Herders gaan naast een andere hond lopen en op die manier kunnen ze de ander inschatten’.

Kwartje II
Kijk! Zei ik, dat is waar buurtbanden over gaat, alleen dan met mensen!
Terwijl ik het zei, zag ik aan de ogen van Marcel dat er tien jaar later precies eenzelfde kwartje viel.
‘Ik ga op een andere manier om me heen kijken, wanneer ik nu de honden uit ga laten, zei Marcel’.

Dit is een blog uit een serie. De serie startte met deze blog, waarin de aanleiding wordt toegelicht.